|
Hoe werkt e-HDi technologie?
De tweede generatie Stop & Start laat de motor automatisch afslaan op het moment
dat de auto in zijn neutraal staat en de koppeling niet bediend is. Bij het intrappen van
het koppelingspedaal zal de motor gestart worden. Nog voor de eerste versnelling kan
worden ingelegd is de motor alweer aangeslagen. Het systeem maakt gebruik van een speciale
dynamo die de motor zal starten binnen 400 milliseconden. Andere voordelen van het gebruik
van de dynamo zijn dat het systeem vrij is van bijgeluiden en trillingen. Dit komt het
comfort van de inzittenden ten goede.
Het Stop & Start systeem is uitgerust met micro-hybride technologie. Door deze
technologie wordt er energie opgeslagen op het moment dat het gaspedaal wordt losgelaten
of wanneer de auto vertraagt. De micro-hybride technologie slaat de energie op in een
super condensator die gebruikt wordt om het voertuig weer te starten. Op deze manier
blijft de capaciteit van de accu gereserveerd voor de standaard functies van de auto en
hoeft deze niet extra opgeladen te worden.
Verfijnde tractiecontrol: Citroën C5 met 'Snow Motion'
Moeite met het wegrijden op een besneeuwde weg? Gewoon de tweede versnelling gebruiken,
zou je zeggen, maar blijkbaar heeft niet iedereen die tegenwoordigheid van geest. Daarom
introduceert Citroën op de C5 nu 'Snow Motion'. Dankzij 'de analyse van diverse
parameters' wordt de kracht dan optimaal over linker- en rechtervoorwiel verdeeld.
SnowMotion werkt gewoon met hulp van het ASR-systeem, oftewel de anti-slipregeling,
oftewel tractiecontrole. Dat zorgt natuurlijk al ervoor dat bij een doorslippend wiel
aandrijfkracht naar de andere kant gaat, maar volgens Citroën gaat Snow Motion nog een
stap verder. "Het benadert op sneeuw en ijs het weggedrag van een vierwielaangedreven
auto," aldus Citroën. Dát willen we dan nog weleens zien, is ons commentaar, maar
vooralsnog dan maar het voordeel van de twijfel voor de Fransen. De prijs van Snow Motion
is overigens nog niet bekend, maar het lijkt logisch dat het systeem in plaats komt van
het huidige ASR.
Verder wordt het motorenaanbod van de C5 iets aangepast, want de 1.6 HDI-diesel met 110
pk is geoptimaliseerd. Door het motormanagement iets aan te passen, dunnere olie, 16 inch
wielen met lagerolweerstandbanden (Michelin Energy Saver) en elektrische
stuurbekrachtiging kon het verbruik nog iets verder naar beneden. Resultaat 140 g/km aan
CO2, terwijl dat 149 gram was.
De 2.0 HDI-motor van de C5 tenslotte, voldoet in combinatie met handgeschakelde zesbak
voortaan aan de Euro V-emissie-eisen, die pas september 2009 van kracht worden. Bovendien
kan de uitrusting voortaan worden uitgebreid met 'MyWay' navigatiesysteem.
C3 Picasso Start & Stop
De nieuwe C3 Picasso staat in Parijs met een vooralsnog experimentele versie van het
tweede generatie Start & Stop-systeem van Citroën. Dat maakt net als nu (C2 en C3)
gebruik van een gecombineerde startmotor/dynamo, waarmee de motor soepeltjes weer aanslaat
na een stop. Het systeem genereert nu bij afremmen op de motor ook stroom voor de accu. In
combinatie met elektronisch geregelde zesbak (automatische koppeling) wordt dan slechts
4,2 l/100 km verbruikt, overeenkomend met 110 g/km CO2. De nieuwe generatie Start &
Stop zal pas in 2010 worden geïntroduceerd, aldus Citroën.
Hydropneumatische vering
De ophanging van een voertuig (die tot taak heeft de schokken veroorzaakt door de
oneffenheden van de weg, te beperken) heeft lange tijd de autoconstructeurs voor een
dilemma gesteld: ofwel de oplossing van het comfort, ofwel de oplossing van de wegligging.
Het ene stond eigenlijk het andere in de weg. Wil een ophanging degelijk rijcomfort
bieden, dan moet ze soepel zijn met grote uitslaande bewegingen. Men spreekt dan van een
ophanging met grote soepelheid. Voor een goede wegligging moeten de wielen in contact
blijven met de grond en moeten de schommelbewegingen van het koetswerk (ook weer het
gevolg van oneffenheden) worden afgeremd en gedempt; daartoe dienen de schokdempers.
Bovendien mogen soepelheid en demping niet al te sterk beïnvloed worden door de lading
van het voertuig. Een soepele ophanging verliest haar flexibiliteit onder druk van de
lading, terwijl de verlichting van de belasting het zwaartepunt van de wagen verhoogt en
dan weer de wegligging ongunstig beïnvloedt. Met een klassieke mechanische ophanging
bleek het onmogelijk al die parameters onder te brengen in eenzelfde systeem. Bij de
studie van de ophanging voor de DS, heeft Citroën daarom beslist een avant-garde techniek
te ontwikkelen, de hydropneumatica, die al in 1953 experimenteel werd toegepast op de
achterophanging van de Traction 15 Six. Vermits de hydropneumatische ophanging
noodzakelijkerwijze een beroep moest doen op een hogedrukcentrale, lag het voor de hand
dat deze laatste ook zou gebruikt worden voor de bekrachtiging van andere functies van de
wagen: remmen, stuurinrichting, koppeling. En aldus geschiedde. De bewezen degelijkheid
van deze hydraulische inrichting ligt voor velen aan de basis van een uitzonderlijk gevoel
van comfort en veiligheid in de Citroën-wagens.
Miljoenen kopers van het Merk danken hun voldoening terzake aan het onderzoek van Boyle en
Pascal, die principes vastlegden die werden toegepast bij de ontwikkeling van de
hydropneumatische ophanging, waarin de werking van een vloeistof en die van een gas worden
gecombineerd.


|
HYDRACTIVE 3 VOOR EEN ONGEKEND RIJGEVOEL |
Gecommercialiseerd in 2001 is Citroën C5 de eerste Citroën van de nieuwe eeuw die
innoveert inzake technologische inhoud.
Met Hydractive 3 beschikt C5 over een belangrijke evolutie van de Hydractive-ophanging die
in 1989 op XM voor het eerst werd voorgesteld.
Citroën is altijd de voorloper geweest in de combinatie van wegligging en comfort op zijn
wagens. |
Hydractive I |
Aanpassing volgens de wens van de bestuurder.
Bij de lancering van de XM in 1989, creëerde Citroën als eerste ter wereld een
zelfdenkende hydraulische ophanging voor een seriewagen,de Hydractive. De ophanging past
zich automatisch aan het wegdek en aan de handelingen van de bestuurder aan.
Nu eens soepel en dan weer stug,verzoent deze ophanging het nodige comfort en rijplezier
met een gewenste wegligging.
Deze biedt zowel een variabele flexibiliteit als een variabele schokdemping. De ophanging
wordt beheerd door een elektronische berekenaar die de informatie van 5 sensoren ontvangt.
Overigens kan de bestuurder voor een permanente stugge ophangingsstand kiezen (niet
beheerd door de berekenaar), de zogenaamde sportophanging, via een op de
centrale console voorziene bedieningsknop. |
Hydractive II |
de vrijheid om tussen twee types van weggedrag te kiezen.
In 1993 werd Xantia uitgerust met Hydractive II, waarvan het rekenvermogen werd
verdrievoudigd. Hydractive II stelt de bestuurder in staat om naar eigen goeddunken de
wetten te wijzigen waaraan de automatische overgang van de ene ophangingsstand naar de
andere is onderworpen. Deze toestandswijziging gebeurt volgens twee strategieën, en niet
meer volgens één enkele.
Hij kan selecteren :
- de automatische comfort -positie voor een zacht rijgedrag ;
- de automatische sport -positie, beheerd door de berekenaar voor
een sportievere dynamische rijstijl.
|
Hydractive 3 |
Met Hydractive 3 toont Citroën eens te meer zijn engagement om de klant te laten genieten
van zijn technologische voorsprong op het vlak van het wegcontact. De koppeling van de
nieuwste vorderingen in de elektronica aan een volledig herdachte en vereenvoudigde
hydraulische architectuur, maakt van Hydractive 3 het comfortabelste, veiligste en meest
doeltreffende ophangingsysteem. Deze ophanging maakt een zelfaanpasbaarheid
van de hoogte van het voertuig mogelijk in functie van het wegprofiel en de snelheid, en
op de motoren V6, 2.2 HDi, 2.0 HPi en 2.0i 16V een zelfaanpasbaarheid van de demping in
functie van het wegprofiel en de rijstijl.
Deze nieuwe ophanging bestaat uit :
- een geïntegreerd hydro-elektronisch blok (BHI), het echte hart van het
systeem ;
- vier draagelementen met ophangingsveerbollen van een nieuwe technologie die
een buitengewone duurzaamheid bieden ;
- stugheidregelaars voor en achter met hun veerbol op V6, 2.2 HDi, 2.0 HPi en
2.0i 16V ;
- elektronische hoogtesensoren verbonden met de anti- duikstangen ;
- een vereenvoudigd hydraulisch netwerk met aansluitingen van de nieuwste
generatie.
|
Zelfaanpasbaarheid |
Deze nieuwe zelfaanpasbare ophanging is uiterst precies in de detectie van de toestand van
het wegdek en in de analyse van de rijomstandigheden, dankzij nieuwe elektronische
sensoren.
Dit alles gebeurt via elektrokleppen die elektrisch verbonden zijn met de berekenaar van
de ophanging (BHI), waarvan het rekenvermogen aanzienlijk is. |
Automatische variatie van de hoogte van het voertuig |
De Hydractive 3-ophanging biedt een onuitgegeven prestatie :de automatische hoogtevariatie
van de wagen in functie van de snelheid, wat het mogelijk maakt een grotere stabiliteit te
bekomen dankzij de verlaging van het zwaartepunt (15 mm vooraan en 11 mm achteraan) en een
verlaging van het brandstofverbruik door een betere Cx.
Als het wegdek in heel slechte staat is, kan Hydractive 3 de vrije hoogte van de wagen met
13 mm vergroten om een grotere wieluitslag mogelijk te maken. De bestuurder kan de vrije
hoogte ook manueel aanpassen met behulp van een nieuwe elektronische impulsbediening. |
Automatische overgang tussen soepele en stugge toestand |
De ophanging Hydractive 3 biedt de bestuurder, met de motoren V6, 2.2 HDi, 2.0HPi en 2.0i
16V, twee toestanden, comfort of dynamisch, en beheert elk van deze toestanden op autonome
en intelligente wijze door de flexibiliteit en de schokdemping automatisch en simultaan te
laten variëren. De besturing van de ophanging maakt het mogelijk beurtelings en in
werkelijke tijd over te gaan van een soepele ophanging met de nadruk op wegligging volgens
het wegprofiel en de rijstijl. Het systeem houdt rekening met de rijstijl van de
bestuurder en maakt het mogelijk de overgangs-drempel tussen soepele toestand en stugge
toestand te personaliseren voor een perfecte afstelling van het compromis tussen comfort
en wegligging.
De bestuurder beschikt bovendien over de mogelijkheid om de sportbediening te activeren en
zo de voorkeur te geven aan een snellere overgang naar een stugge ophanging en dus het
sportieve gedrag van de wagen te bevorderen. |
Geen onderhoud vóór 5 jaar of 200.000 km |
De nieuwe hydraulische vloeistof maakt een vermindering van de interne wrijving mogelijk
dankzij haar vloeibaarheid, waardoor het comfort van de inzittenden nog wordt verbeterd.
Bovendien vereist Hydractive 3, dankzij haar vernieuwend concept, pas enig onderhoud na 5
jaar of 200.000 km. Tijdens deze periode blijft het comfort- en veiligheidsniveau van de
ophanging identiek.
De ophanging Hydractive 3 weigert elk compromis en brengt de alliantie van wegligging en
comfort op het hoogste niveau. |
| STUURINRICHTING
Om het hydraulisch systeem optimaal te benutten, wordt het tevens ter
ondersteuning van de stuurinrichting ingezet.
De snelheidsafhankelijke stuurinrichting met gedwongen terugloop (DIRAVI)
was beschikbaar op Citroën SM, sommige versies van CX en op de XM V6, en werkt eveneens
op basis van het hydraulisch systeem. De krachten die de wielen ondervinden, hebben op
deze stuurinrichting geen enkele invloed. Als de bestuurder bijvoorbeeld een stoeprand
raakt of zelfs bij hoge snelheid een klapband krijgt, zal het stuur hem nooit uit de
handen schieten. De stuurinrichting van de XM V6 kan worden beschouwd als het veiligste
besturingssysteem ter wereld.
|
| 2.0 HDi Motoren |
DE DIESELMOTOR MET DIRECTE "COMMON RAIL"-INSPUITING |

Automobiles Citroën commercialiseert sinds het najaar 1998 een nieuwe generatie
turbodieselmotoren onder de naam HDi (High pressure Direct Injection). Die nieuwe motoren
zijn uitgerust met de "common rail"-technologie, een rechtstreekse inspuiting
aan zeer hoge druk. Het systeem zorgt voor een vermindering van het brandstofverbruik met
20%, een spectaculaire verbetering van het rijcomfort en een betere bescherming van het
milieu dankzij een beperking van de uitstoot van schadelijke stoffen.
De eerste HDi-motor, de DW10ATED, werd in een tijdspanne van 36 maanden ontwikkeld door
een speciaal samengestelde projectgroep. Deze nieuwe motor DW10ATED is een 2 liter-motor
(1997 cm³) met 8 kleppen, turbocompressor en intercooler, en ontwikkelt 80 kW (110 pk)
bij 4.000 omw/min. Hij beschikt over een maximum koppel van 250 Nm vanaf 1.750 omw/min. De
combinatie van dat hoge koppel met een zeer breed gebruiksbereik (een koppelniveau van
meer dan 200 Nm tussen 1.350 omw/min en 3.800 omw/min) verleent de motor een zeldzame
soepelheid. In de lente van 1999 zag een minder krachtige versie, de DW10TD, het daglicht.
Deze DW10TD-motor beschikt over dezelfde architectuur maar doet zijn werk zonder de
tussenkomst van een intercooler. Hij ontwikkelt 66 kW (90 pk) bij 4.000 omw/min. en
beschikt over een koppel van 205 Nm bij 1.900 omw/min. Sindsdien bestaat er een complete
familie HDi-motoren die het Citroën-gamma uitrust.
De HDi-motoren worden vervaardigd door de firma SMAE (Société Mécanique Automobile de
l'Est), in Metz-Trémery in Lorraine. Hun productie werd snel opgevoerd. De globale
investering bedroeg 3 miljard Franse frank of 480 miljoen Euro.
Die nieuwe generatie dieselmotoren wordt uitgerust met de "common
rail"-technologie, waarbij de brandstof direct en onder hoge druk wordt ingespoten.
Bij dat door BOSCH ontwikkelde systeem wordt een gemeenschappelijke inspuitgalerij (rail)
door een hogedrukpomp gevoed tot een druk van 1.350 bar wordt bereikt. De elektronisch
geregelde voedingsdruk van die pomp is onafhankelijk van het toerental van de motor, zodat
er zelfs bij lage toerentallen een zeer hoge druk kan worden bereikt. De injectie gebeurt
onmiddellijk in de verbrandingskamer, onder zeer hoge druk waardoor de brandstof uiterst
fijn wordt verneveld, onmiddellijk verdampt
en een zeer hoogwaardig mengsel kan vormen met de lucht. Een electronische berekenaar
zorgt ervoor dat de brandstof zeer nauwkeurig en op het juiste ogenblik wordt ingespoten.
Ook de verbrandingskamer werd speciaal ontworpen om de kwaliteit van het
brandstof/luchtmengsel zo hoog mogelijk op te voeren. Dat alles resulteert in een optimale
verbranding en een hoog rendement, voor een drievoudige verbetering ten behoeve van de
klant : minder verbruik, meer rijcomfort en een beperkte uitstoot van schadelijke gassen.
|
HET ROETFILTER

De partikels, met een diameter van bijna 0,09 micron, bestaan hoofdzakelijk uit
koolstof en koolwaterstoffen. Het principe van de FAP bestaat uit het vastpinnen en
opslaan van de partikels op een filter en deze vervolgens regelmatig te verbranden.
De natuurlijke verbranding van de partikels gebeurt om en nabij 550°C, terwijl de
temperatuur van de uitlaatgassen bij het verlaten van het spruitstuk 150°C is.
De voorgestelde oplossing beïnvloedt deze twee parameters dankzij:
- een na-injectie in ontspanningsfase die een naverbranding in de cilinder creëert en een
temperatuurverhoging van de gassen van 200 tot 250°C veroorzaakt (hetzij 350 tot 400°C)
- een aanvullende naverbranding, gegenereerd door een oxidatiekatalysator stroomopwaarts
van de filter, die de onverbrande koolwaterstoffen, afkomstig van de naverbranding,
behandelt. De temperatuur kan met 100°C stijgen (hetzij 450 tot 500°C)
- een toevoeging van Eolys aan de brandstof. Deze verbinding op basis van cerine herleidt
de natuurlijke verbrandingstemperatuur van de partikels tot 450°C.
HET FAP ROETFILTER BESTAAT UIT:
- een mantel met voorkatalysator gevolgd door een filtermedium. Dit laatste is een poreuze
structuur, van siliciumcarbide, die de partikels bij de doorgang van de uitlaatgassen
permanent vasthoudt. Sensoren controleren de verstoppingsdruk van de filter en de
temperatuur van de uitlaatgassen stroomop- en stroomafwaarts van het systeem
- een computerprogramma geïntegreerd in het motormanagement. Dit stuurt de regeneratie
van de filter door een nainspuiting om de 400 tot 500 km, in functie van de verstopping
van de filter, en zorgt voor de zelfdiagnose van het systeem. Tijdens de volledige
regeneratieperiode van de filter wordt de luchttoevoer afgeleid om niet langer via de
lucht/luchtwisselaar te gaan en bijgevolg niet meer te worden afgekoeld. In plaats van
deze afkoeling zal de lucht door een verhitter stromen om aldus de temperatuur van het
mengsel, dat in de verbrandingskamer aankomt, te verhogen en om vervolgens warmere
uitlaatgassen te bekomen
- een inrichting voor additieftoevoeging aan de brandstof bestaande uit een tapsysteem,
een Eolys-injectiesysteem in het hoofdreservoir en een specifieke berekenaar. Het
Eolys-additief wordt opgeslagen in een bijkomend reservoir dat in de nabijheid van de
brandstoftank is geplaatst. Het additief wordt in verhouding tot het bij de vulling
ingevoerde brandstofvolume ingespoten. Bijvoorbeeld bij een tankbeurt van 60 liter, zal
het systeem 37,5 ml oplossing inspuiten die 1,9 g cerine bevat. Het reservoir, met een
capaciteit van 5 liter, biedt een autonomie van 80.000 km.
|
De
Citroën C4 Picasso en de nieuwe Citroën C4 zijn leverbaar met de innovatieve,
elektronisch bediende zes-versnellingsbak (EB6V). Deze is leverbaar op alle uitvoeringen
met de 2.0i 16V 143pk benzinemotor of de 1.6 HDiF 110pk en de 2.0 HDiF 138 pk
dieselmotoren.
EB6V voor soepeler schakelen en een lager brandstofverbruik
De technologie is gebaseerd op een handgeschakelde zes-versnellingsbak in combinatie met
een elektro-hydraulisch regelsysteem.
Dit resulteert in een kortere reactietijd en een meer nauwkeurige regeling, waardoor het
schakelen sneller en soepeler gaat. De EB6V vormt zo een echt alternatief voor de
conventionele handgeschakelde én de automatische versnellingsbak, niet alleen qua
rijgedrag maar ook qua brandstofverbruik (lager) en de prijs.
EB6V gemakkelijk te bedienen via de stuurkolom
De bediening gebeurt via schakelflippers en een selectiehendel op de stuurkolom. De
bestuurder profiteert zo van extra bedieningsgemak, ongeacht zijn zitpositie. De
bedieningsorganen bewegen namelijk mee met de in hoogte en lengte verstelbare stuurkolom.
Ook is er meer ruimte bij de middenconsole. |
|
|
Citroën is de eerste autofabrikant die het Lane Departure
Warning System toepast in een personenauto. Op dit moment kunnen de Citroën C4, C4
Picasso, Grand C4 Picasso, de C5 en de C6 worden uitgerust met dit unieke
veiligheidssysteem.
Lane Departure Warning System houdt u op het rechte pad
Sensoren onder de auto lezen de weg. Wanneer de auto een wegmarkering passeert
zonder dat de richtingaanwijzer aanstaat, wordt de bestuurder gewaarschuwd. Dit gebeurt
met trillingen in de zitting. De bestuurder kan zo tijdig corrigeren en veilig zijn weg
vervolgen.
 |
|
|