|
|
|
|
|
De
Coupe Docteur type A op kort chassis werd in kleine aantallen door Citroën
gebouwd (1919- 1921). Tegenwoordig is dit een uiterst zeldzaam collectiemodel.
4 cil. in lijn, 1327 cc, 18 pk.
Topsnelheid 70 km/u. |
 |
|
De Citroën Caddy
(1921- 1924), geïnspireerd door de skiffs van Labourdette, wordt nog steeds als een van
de fraaiste seriemodellen uit de jaren twintig beschouwd.
4-cilinder kopklepper, 1450 cc, 25 pk.
Topsnelheid 90 km/u. |
|
|
| Van dit open
Citroën B2 model (1921 1925) van 1923 werden bijna 90.000 exemplaren gemaakt,
waarbij nog de bestelwagen-versie kwam. 4-cilinder in lijn, 1452 cc, 20 pk. Topsnelheid 70
km/u. |
|
|
De Citroën 5 CV (1921 1926), was de eerste auto die zich van een
vrouwelijke klantenkring wist te verzekeren. 4-cilinder, zijklepper, 11 pk. Top snelheid
60 km/u |
|
|
In de jaren twintig stond de hele
automobielwereld perplex van de verovering van het Afrikaanse continent door de Citroën
B2 Autochenille (1922 1924). 4-cilinder zijklepper, 1450 cc, 20 pk. Aandrijfing op
de achterste rupswielen dmv een 3-versnellingsbak met dubbelschakeling. Topsnelheid 50
km/u. |
|
|
| De C2 Citroën
5 HP cabriolet (1922 1924) verscheen in 1923 met draaibare zijruiten en een
versterkt chassis. De cabriolet was rood gespoten en de torpedo van 1925 was alleen in
citroengeel verkrijgbaar. 4-cilinder zijklepper, 856 cc, 11 pk. Topsnelheid 60 km/u. |
|
|
De B10 (1925) was de eerste Citroën met een geheel stalen opbouw. Na veelvuldige
chassisbreuken werd deze binnen een jaar vervangen door de B12. 4-cilinder zijklepper 1450
cc, 20 pk. Topsnelheid 70 km/u. |
|
|
Ondanks zijn moderne
vormgeving, bestond de B14F (1926-1927) torpedo grotendeels uit componenten van zijn
voorloper, de B12. Kenmerkend voor de evolutie van de automobiel was de toenemende vraag
naar gesloten modellen.
4-cilinder lijnmotor met zijkleppen, 1539cc, 22 PK, topsnelheid 80
km/u. |
|
|
| De B14 (1927-1928) was de eerste Citroën met een platte verticale
radiator. De auto was een absoluut verkoopsucces. 4-cilinder zijklepper, 1540 cc, 22 pk,
topsnelheid 80 km/u. |
|
|
Deze cabriolet was een van de
14 uitvoeringen van de Citroën c6 (1928-1931). De 6-cilinder motor was geen krachtpatser,
maar muntte uit door een rustige souplesse. 2,44 liter 6-cilinder, 45 pk, topsnelheid 110
km/u. |
|
|
Deze rupswagen, de Kegresse P17 (1929-1932) van de Pamir-groep werd eind 1930
speciaal aangepast aan het nieuwe parcours van de Croisiere jaune (duurrit Parijs- Peking
van maart 31 tot april 32).
4-cilinder op basis van de C4, 1767 cc, 32 pk, topsnelheid 30 km/u. |
|
|
De berline 8 was met zn prijs van 19.500 francs de goedkoopste Citroën. De
auto is beter bekend onder de naam Rosalie (1932-1934). 4-cilinder zijklepper met 32 pk,
topsnelheid; 90 km/u. |

|
|
| Deze Citroën
8A is een replica van de beroemde Petite Rosalie die in totaal 28
wereldrecords op haar naam bracht. 4-cilinder, 1460cc zijklepper, 32 pk, topsnelheid 100
km/u. |

|
|
| De coach Sical (1932-1933) (leverancier van koetswerken) werd in 1934 vervangen door een Manessius coach met een
groter raamoppervlak. Citroën besteede het bouwen van koetswerken uit en kon zo 70
verschillende modellen aanbieden.4- cilinder lijnmotor met zijkleppen, 1767 cc, 36 pk,
topsnelheid 100 km/u. |

|
|
| Deze C4g Roadster (1932) is zeer gezocht bij verzamelaars en geldt
als een van de meest geslaagde fabriekscarrosserieën van Citroën uit het begin van de
jaren 30. 4-cilinder monobloc, 1766 cc, 32 pk, topsnelheid 90 km/u. |

|
|
| Onverwoestbaar, deze 10 CV (1933), echter dit was een van de laatste
Citroëns met achterwielaandrijving. 4-cilinder lijnmotor met zijkleppen, 1767 cc, 36 pk,
105 km/u |
|
|
De Citroën 7A (1934)
was de eerste Citroën met voorwielaandrijving. André Lefèbvre was het brein achter deze
auto. Hij had eerder bij Renault gewerkt, welke geen belangstelling had voor zijn ideeën.
4- cilinder lijnmotor met kopkleppen, 1303 cc, 32 pk, 95 km/u. |
|
|
| De 7C (1934- 1939) werd uit de 7A ontwikkeld en kreeg iets meer
vermogen mee, alsmede een versterkte kooiconstructie. 4-cilinder lijnmotor met kopkleppen,
1628 cc, 36 pk, 100km/u. |
|
|
Deze faux-cabriolet (1934-1938) is een 11 BL uit 1937 welke slechts vier jaar in
de catalogus stond. 4-cilinder lijnmotor, kopkleppen, 1978 cc, 46 pk, 115km/u. |
|
|
De Traction Familiale(1934-1957), de grootste franse seriewagen werd in 1953 na
een onderbreking van 14 jaar opnieuw in produktie genomen. 4-cilinder lijnmotor met
kopkleppen, 1911 cc, 46 pk en later 56 pk(pero motor). Naoorlogse modellen 59 pk.
Topsnelheden 100 tot 120 km/u. |
|
|
Deze zeldzame 7C faux-cabriolet (1935-1938) kostte destijds 30.000 Franse francs
tegen 25.000 voor de standaard sedan. 4-cilinder lijnmotor met kopkleppen, 1628 cc, 36 pk,
100 km/u. |
|
|
Deze Cabriolet Traction 11 BL (1935-1939) uit 1938 is een van de
zeldzame overlevenden van de ongeveer 671 vervaardigde exemplaren van dat jaar. De Cab
Trac is een van de allermooiste creaties van ons merk.
4-cilinder lijnmotor met kopkleppen, 1911 cc, 46 pk later 56pk (okt
38). 110 km/u. |
|
|
De TPV (tres petite voiture= heel klein autootje, 1938-1939) met een enkele
koplamp zou op de Parijse Salon van 1939 worden onthuld. Deze werd afgelast vanwege de
oorlog. Gelukkig is dit prototype bewaard gebleven. 2-cilinder watergekoelde boxer met
kopkleppen, 375 cc, 8 pk, 50 km/u. |
|
|
| De toen supermoderne 15 Six G (1938-1947) had een sublieme
wegligging en ruim voldoende vermogen. De zescilinder, met een nog steeds linksom
draaiende motor kwam pas in 47 in redelijke aantallen op de markt. 6-cilinder
kopklepper lijnmotor, 2867 cc, 76 pk, 125 km/u. |
|
|
| Onder de 15 Six cabriolet (1939) modellen die men hier en daar nog
tegenkomt schijnt zich maar 1 authentiek exemplaar te bevinden. De andere zijn verbouwde
sedanmodellen. 6-cilinder lijnmotor met kopkleppen, 2867 cc, 77 pk, 130 km/u. |
|
|
|
|
|
|
|
Specials, laatste 2cv |
|